‘Zin op Zondag: Maria, wie ben jij voor mij?’

Klaas Geen categorie

De inloophuizen De Wissel en De weerklank zullen komend seizoen enige bijeenkomsten organiseren in het kader van ‘Zin op zondag’. Dit zijn bijeenkomsten waarin geloof, zin en spiritualiteit centraal staan. De eerste bijeenkomst is op zondag 10 november 2019 van 15.00u-17.00u in de St. Jan de Doper-Visitatiekerk, Mgr. Nolenslaan 99.

Thema zal zijn: ‘Maria, wie ben je voor mij?’ Als je die vraag stelt, kun je aan de antwoorden horen of iemand rooms-katholiek of protestant is. Katholieken beginnen over kaarsjes opsteken en de rozenkrans. Protestanten zullen hooguit enkele Bijbelteksten noemen waarin Maria een rol speelt. Daarover willen we met elkaar in gesprek gaan. Ter voorbereiding van de bijeenkomst willen we al reacties op deze vraag krijgen. Schrijft u uw reactie, kort of lang, en stuur uw reactie naar: lammeijer24@gmail.com. Op de bijeenkomst presenteren wij de resultaten van deze ‘raadpleging’. U kunt ook een van ondergetekenden benaderen en uw reactie mondeling doorgeven.

Wij zijn op dit thema gekomen door de brochure die de landelijke Raad van Kerken uitbracht en waarin mensen uit heel verschillende geloofstradities (rooms-katholiek, protestant, oosters orthodox, oud-katholiek en nog anderen) hun antwoord gaven. Zie: Raad van Kerken, Maria, Bezinning 59, Amersfoort 2019, Te vinden op de website: raadvankerken.nl

Lidwien Meijer Herman Noordegraaf

Maria (Rooms Katholiek)

Ik ga wel naar het lof. Nu ook nog. Maar ik ben niet idolaat van Maria. Ik ben van geen enkele heilige idolaat.

Aad Franken

Wat betekent zij voor mij, in mijn gevoel loop ik er niet zo warm voor.

Ik steek zo af en toe een waxinelichtje aan bij de icoon van Maria met kind, dan is dat ter intentie van een bekende die ziek of stervende is.

In de maanden mei en oktober zijn mijn gedachten: nu rozenkrans bidden, komt niets van terecht, hoogstens tien weesgegroetjes. Ik word er slaperig van. Eigenlijk hecht ik meer aan een Onze Vader. Dat heeft mijn voorkeur.

Waarschijnlijk komt dat omdat ik zelf geen moeder ben. Ik herinner mij dat mijn moeder, toen ze meer tijd kreeg en minder te zorgen had, ‘s middags ging zitten, benen op een bankje en de rozenkrans ging bidden, daarna nog een litanie. Haar kerkboek heb ik en daar zitten blaadjes in van de glorievolle, de blijde en de droevige geheimen. Een prachtig beeld in mijn herinnering. Lourdes trok haar niet.

Janke Sinnema.

Ik richt mijn gebed tot Maria. Maria geeft het door aan haar zoon Jezus. Maria is zijn moeder. Die kan dit doorgeven aan hem.

Cecili uit Togo

Bij ons in het land ging het altijd over Maria. Ik heet ook Maria. Mariaprocessies. Rozenkrans. Het hoort bij onze traditie. Ik steek ook altijd een kaars op en maak een kruisteken bij Maria.

Maria, vrouw van Kaapverdië

Maria is de Moeder van God, en ook een beetje mijn moeder. Echt een moeder, waar je alle problemen bij kwijt kunt. Een moedige vrouw ook. Als ik het zelf moeilijk heb, dan denk ik: Hoe moet zij het niet gehad hebben.

Je hoort eigenlijk weinig over Maria en Jozef. Als kind ging ik ’s avonds vaak met een buurvrouw mee naar het Marialof.

In Lourdes ben ik nu drie keer geweest. Het gevoel! Ik kan kippenvel krijgen van al die lichtjes in de processie, ’s avonds.

Tiny

Ik ben een Mariakind want ik ben op 4 mei geboren. Ik ga ieder jaar wel vijf keer naar Kevelaer. Ik vind het mooi. Ik kan mezelf daar leegmaken.

Corry

Allereerst is de verering van Maria mij op zeer jonge leeftijd meegegeven.

Bij ons thuis stond het Mariabeeld in de maand mei prominent in de huiskamer.

Bloemetjes van buiten werden geplukt en ervoor gezet. Maria werd gezien als de troosteres bij moeilijkheden. De oorlog heeft daar wel zijn aandeel in gehad.

Er werd gevraagd en gebeden om steun en troost.

Het avondlof in de maand mei was traditie in ons geloof.

Ik heb altijd hetzelfde gevoel gehouden om Maria te eren. Niet het beeld maar de persoon die zij geweest is, de Moeder van Jezus.

De vele kaarsjes, voor wie of wat ook, als je ze aansteekt geven ze je bemoediging of dankbaarheid.

Maria is voor mij de Moeder van alle moeders.

Wereldwijd wordt zij vereerd, geeft ze troost aan velen.

C.Vlek-Hazebroek.

Maria,

Als r.k. kind ben ik opgevoed met Maria als derde persoon in de volgorde van belangrijkheid en heiligheid in mijn Kerk; God, Jezus, Maria. In ons huis was geen beeld van Maria, wellicht ergens een prentje.

In het gezin bij mijn ouders werd tot ver in de jaren 60 van de 20e eeuw in de maanden mei en oktober ’s avonds na het eten een rozenhoedje (de rozenkrans bidden komt kortweg gezegd neer op 4 maal een rozenhoedje bidden, aangevuld met nog een aantal voorgeschreven teksten).
Ons gezin hield het simpel, alleen de Onze Vaders en Weesgegroeten. Het moest niet al te lang duren, de kleine kinderen moesten naar bed. Als mijn vader thuis was, bad hij voor, anders mijn moeder. Het staat mij bij dat mijn moeder het ook wel eens kon ‘vergeten’. Mijn ouders hadden een Old Finish meubilair met geveerde zittingen bekleed met meubelstof. Gebeden werd knielend op de grond op een vloerkleed en met de armen en handen steunen op de zitting van de stoel. Als kind zat je dan met je neus zeer dicht bij de zitting, waar in de lucht nog hing van degene die er tijdens het eten op gezeten had. Later werden dat houten stoelen (Oirschot meubelen) wat minder zintuig prikkelend was. Het bidden ging in hoog tempo, hoewel ik niet meer weet hoelang het gehele gebed duurde. Voor een kind was het sowieso lang. En denk erom dat je niet ging zitten klieren.
Mijn vader was wel een fan van Maria, van mijn moeder weet ik het niet echt.
Tot Maria werd gemakkelijker gebeden dan tot God of Jezus. Maria als bemiddelaarster tussen de mensen en Jezus, zoals er gemakkelijk tot alle heiligen word gebeden. Tot God werd m.i. hoofdzakelijk in het Onze Vader gebeden. En tot Jezus in de kerk.
Voor mij is Maria, voor zover ik me herinner, nooit een bemiddelaarster geweest net zomin als andere heiligen.  Dat laatste heb ik, vreemd genoeg, van mijn vader die niet tot andere heiligen dan Maria bad, omdat hij zich niet kon voorstellen ‘dat je gelukkig kon zijn in de hemel als je constant werd geconfronteerd met alle problemen en vragen op aarde’ en bij heiligen moet je er toch vanuit gaan dat ze gelukkig zijn in de hemel.  Ik heb dus die bemiddelende rol van Maria naar mate ik ouder werd ook laten vallen. Ik bid ook eigenlijk nooit meer een Weesgegroet. Mede omdat ik niet (meer) geloof in de haar titel als moeder van God. In de titel moeder van Jezus kan ik mij vinden, meer niet.
Ik ben ook niet echt voor het aansteken van kaarsjes bij Maria. Een kaarsje aansteken voor iemand of ter gedachtenis aan iemand doe ik wel eens, maar dat liever niet bij Maria of een ander heilige (hoewel de keuze dan beperkt is).
Ik kan mij ergeren aan zoetsappige Marialiederen (zoals ik mij aan veel zoetsappige kerkliederen kan ergeren) en hou ook niet van het opzeggen van een (Maria)litanie.
Ik vind mij dan ook erg protestant op dit onderwerp.

Ton Durenkamp

Maria hoort is van jongs af aan een onderdeel van mijn geloofsopvoeding geweest. In mei plukten we bloemen om voor het Mariabeeld te zetten. Die nam ik ook mee naar school, de Mariaschool.

In mei en oktober baden we ´s avonds thuis een rozenhoedje. Ik vond het fijn om voor te bidden. Dan duurde het niet zo lang. Ook gingen we naar het Marialof. Meestal in de Singelkerk, de Rozenkranskerk. Ik herinner me nog die Marialitanie. Pater Van Reisen kon zo mooi uitroepen: Morgenster…. Hij zong het bijna. Daar zat ik altijd op te wachten.

Ik zat ook altijd te wachten op het Salve Regina. Daar kwamen de volgende woorden in voor: O Clemens, O Pia. We kenden twee kinderen die Clemens en Pia heetten. Mijn broer en ik moesten elkaar dan vooral niet aankijken. Dan schoten we in de lach.

Ik hou nog steeds van bekende momenten in de kerkdiensten: dat voelt vertrouwd.

Mijn moeder vertelde ook vaak hoe in de oorlogsjaren bij het Marialof de kerk vol zat. En dat de mensen luidkeels zongen: Wees gegroet o sterre…. Het kwam uit hun tenen, door de toepasselijke tekst over dreiging, donkere luchten, bange vergezichten.

Maria is na mijn kinderjaren uit het zicht geraakt. Ze is nu wel weer terug, als een soort oermoeder. Het vrouwelijke gezicht van God. Zij was er, onder het kruis, bij het Pinksterfeest was ze het middelpunt. Ik vind het ook vreemd om een kaars in het niets op te steken. Dat moet van mij bij een afbeelding van Maria of bij een heilige. Dat is ook de functie van zo’n beeld: een richtpunt, daar bundelt zich de energie, de stilte, de concentratie. Maria iconen kijken je ook echt aan.

Lidwien Meijer

Maria (protestants)

Ik heb niets met Maria. Ik ben in Lourdes geweest. Ik zal nooit een kaars opsteken bij Maria.

Mooie bijbeltekst: Zij bewaarde al deze woorden in haar hart. Het is een bijbelse figuur.

Ik hoorde wel eens Marialiedjes. Mooi. Maar Moeder van God gaat mij te ver. Wel Moeder van Jezus. Ze wordt wel eens terechtgewezen door Jezus. “Vrouw…

En Jezus geeft haar een toekomst bij Johannes: Zie daar uw moeder. Zie daar uw zoon.

Ans Vijgeboom

Een Rooms-Katholiek theoloog zei: Waar Maria niet wordt vereerd, is de kerk van Christus niet. Een Protestantse theoloog zei: Waar Maria wordt vereerd, is de kerk van Christus niet. Het scheelt één woord en staat onverzoenlijk tegenover elkaar. Ik kan als protestantse dominee met beide uitspraken niet door de bocht. Veel te dwingend. Maar juist de spanning tussen beide posities is voor mij wel een aanleiding geweest om onderzoek te doen en uiteindelijk ook een boekje over Maria te schrijven. Ik ontdekte veel. Diepe, ontroerende verbanden.

Maria heeft, zoals elke Joodse moeder, de kleine Jezus leren bidden voor het slapen gaan, op de rand van zijn bed, met woorden uit psalm 31. Onder meer deze woorden: Vader, in uw hand beveel ik mijn geest. Bij het vallen van de nacht baden ze dat samen, moeder en kind. Totdat hij het huis uitging. Vele jaren later is Maria met andere vrouwen op de plek waar haar zoon gekruisigd wordt. Zij wordt ondergedompeld in verdriet en bitterheid. En dan hoort zij uit de mond van haar stervende zoon de woorden terug die zij hem heeft leren bidden bij het slapen gaan. Terwijl de nacht valt komt alles van het leven bij elkaar.

Maria draagt dezelfde naam als Mirjam, de zuster van Mozes. Beide vrouwen hebben de naam die betekent: de bittere. Bij Mirjam kun je dat in verband brengen met de bitterheid van de slavernij van haar volk dat zucht onder de knoet van de farao. Bij Maria kun je dat in verband brengen met de bitterheid van de onderdrukking door de Romeinen en dat haar zoon moest boeten voor velen. Beide vrouwen worden door de bitterheid en donkerheid heen geleid en gebracht naar het licht van een nieuwe dag en een nieuwe vrijheid. Uiteindelijk blijkt het loflied sterker dan de bitterheid.

Voor mij is Maria de Joodse moeder van de kerk. Voor mij gaat haar moederschap langs de wegen van de Geest. Zij leert ook mij bidden als de nacht valt en leert mij een lofzang zingen tot eer van die ene God de kleinen ziet en hoort en opheft en groot maakt. En wie zichzelf met de ellebogen omhoog heeft gewerkt ten koste van velen, die zingt hier een toontje lager. Dat is waarom ik van Maria hou.

In een kerk in Florence is Maria afgebeeld als een sterke, jonge vrouw met een eind hout in haar handen, waarmee zij een wolf te lijf gaat die haar kind bedreigt. Niet mis, toch? In een voormalig weeshuis in dezelfde stad vind je een fresco van Maria in bisschopsgewaad (nota bene). Op haar stola de werken van de barmhartigheid en onder haar gewaad de contouren van de stad met de mensen die daar woning en bescherming vinden. Niet mis. Een moeder, een barmhartige en rechtvaardige moeder.

Dolf Tielkemeijer

Ik zie het jonge meisje Maria, dat ongehuwd zwanger wordt, trouwt met haar verloofde, en een zoon ter wereld brengt die haar, door zijn eigenzinnig gedrag, heel wat slapeloze nachten zal hebben bezorgd.

Tenslotte wordt hij ter dood veroordeeld en gekruisigd. 

Daar sta je dan als moeder. Een zwaard zal door haar ziel gaan…

Geloofde ze dat Hij de Messias was? Zo ja, dan kan ze daar troost uit geput hebben. 

Ik hoop het maar. Mijn Maria is een gewone vrouw van vlees en bloed, geen heilige.

Ellen S. Bos-Goslinga

Lid PKN Grote Kerk Schiedam

Maria! – Maria – Maria?

De wereld is vol met Maria’s. Zowel vrouwen als mannen hebben bij hun geboorte vaak één tot meerdere voornamen gekregen. Maria of afgeleide daarvan kan zo’n voornaam zijn. Zelf ben ik naar twee van mijn grootouders vernoemd, maar niet Maria. Ben opgegroeid in een Evangelisch- Luthers gezin. Thuis en in de kerk kwam Maria niet veel voor. Alleen via een Bijbellezing en bijbehorende preek. Natuurlijk wel met Kerstmis. Je hoopte dat jij ook eens een keer Maria mocht zijn in het kerstspel van de zondagschool. Helaas niet voor mij weggelegd.

De gebeurtenissen met Jezus in de lijdensweek zijn als kind heel indrukwekkend en dat een moeder haar zoon aan een kruis ziet hangen niet te bevatten.

Als puber met je medecatechisanten, onder begeleiding van de predikant, bezocht je ook andere geloofsgemeenschappen. De Gereformeerden, Hervormden, Remonstranten, Doopsgezinden en Rooms-Katholieken. In de Rooms-Katholieke kerk keek je je ogen uit, beslist niet saai. Kreeg ook uitleg over het aparte Maria-altaar waar best veel kaarsen branden.

Bij logeerpartijen ging ik op zondag mee naar één van deze kerken. Dit werd vanzelfsprekend gevonden. Echter had nooit iemand interesse om in de ELG- kerk een zondagsdienst bij te wonen. Voor Rooms-Katholieken waren wij te Calvinistisch en voor Protestanten waren wij te Rooms.

Tijdens kerstvakanties op wintersport in Duitsland en Oostenrijk bezocht ik weleens de Kerstavonddienst in een ELG kerk. De beeldenstorm had daar niet plaatsgevonden en zag daar Maria en andere beelden gewoon hangen. In het aparte katern van de ELG bij het liedboek voor de kerken was er o.a. Magnificat (Lofzang van Maria) opgenomen.

Mijn tennisvriendinnen zijn Rooms- Katholiek opgevoed maar niet praktiserend. Wanneer we een dagje in een andere stad zijn lopen we altijd een, meestal open, Rooms- Katholieke kerk binnen en steken een kaarsje aan bij het Maria-altaar.

De rozenkrans bidden daar hoorde ik ook Maria in voorkomen, In 1980 heb ik een rondreis door Turkije gemaakt. Weinig toeristen, veel militairen, die ons zogenaamd bewaakten tegen onheil., 3 maanden later de grote coup. Bezochten Efese, schitterend, mede door de spanningen waren we maar met een handvol toeristen en kan je alles op je laten inwerken. Opeens werden we door de gids geattendeerd op een klein huisje. Het was het huisje van Maria, de moeder van Jezus, welke na zijn dood daar heeft gewoond. Waar of niet waar?

Fredy Stokker

De vraag: “wat heb jij met Maria”, heb ik de afgelopen weken in mijn hoofd meegedragen.

In eerste instantie had ik iets, ja niet zo veel. Ze is de moeder van Jezus.

(Wat op zich een heleboel is)

Maar iets persoonlijks had ik niet. Maar de vraag bleef hangen.

Het muziekstuk “Stabat mater” van Pergolesi maakt grote indruk op me, als ik me inleef dat je als moeder je zoon zou moeten verliezen.

Vooral met de “vertaling” in het lied 584, in het Liedboek, met de tekst van Sytze de Vries komt het voor mij heel dichtbij.

Hopelijk kan ik hiermee iets bijdragen.

Vriendelijke groet,

Jenske van der Linden

Zoals al in de uitnodiging gesuggereerd werd kom ik, protestant, niet verder dan weergeven wat ik uit de bijbel weet. Dat is dat het de moeder is van de belangrijkste figuur uit het Nieuwe Testament, Jezus die Christus werd, en die dus zo’n beetje alles wat wij moeten doen heeft voorbereid en voorgedaan, ofwel voorgeleefd.

Doordat Jezus zo’n bijzonder mens was kon Maria hem niet altijd volgen –  toen hij nog klein was zat hij al in de tempel aan de Schriften, en wat later toen hij niet direct het wijnprobleem in Kana oploste.

Tot slot moest ze de verschrikking doormaken van zijn kruisdood. Dat betekent dus dat zij heel bijzondere dingen heeft meegemaakt, maar niet zozeer dat zij een bijzonder mens was.

Dit waren mijn gedachten.

Jurrie Rook

Herman vroeg mij om een reactie te geven op de vraag wat Maria voor mij betekent.

Hoewel ik zelf als doopnaam ook Maria heb, heeft Maria voor mij nooit een speciale betekenis gehad. Alleen een rol als voorbeeldvrouw uit de bijbel, vergelijkbaar met die van Rebekka of Ruth. De Maria die Jezus na zijn opstanding in de tuin bij name noemt, heeft mij altijd meer aangesproken dan de moeder van Jezus. Wel kan ik genieten van en ontroerd raken bij de moederliefde van Maria voor Jezus, zoals die in veel oude en nieuwe kunstwerken is uitgebeeld.

Met een hartelijke groet,Mies Huizenga

Wat betekent Maria voor mij?

Over een antwoord op deze vraag loop ik al wat langer na te denken.

Ik ben in elk geval niet met een Mariaverering opgevoed maar heb afbeeldingen van Maria, de moeder Gods, inmiddels wel vaak gezien, over haar gehoord én muziek over haar gehoord.

Bij dat laatste denk ik dan gelijk aan de Maria Hymne, die in het klooster van Chevetogne aan het eind van de completen wordt gezongen: ontroerend mooi!

Ook de Maria-Vespers van Monteverdi horen bij mijn lijstje ‘mooiste muziek’.

Bij afbeeldingen van Maria denk ik gelijk aan de Piéta en de liefde die daaruit spreekt voor haar kind. Maria-devotie: een processie op 15 augustus 2018 in Waldbillig in Luxemburg: ze krijgt ook in onze tijd nog veel mensen in beweging!

In elke kerk (op vakantie e.d.) zoek ik altijd naar een ‘Kerst-afbeelding’ als mogelijke Kerstkaart voor het lopende jaar. Maria is dan liefdevol en zorgzaam, maar (eerlijk is eerlijk) zonder ezel en os geen Kerstkaart.

Ik denk dat Maria zelf geen speciale betekenis voor mij heeft, maar de figuur Maria is verbonden voor mij met schoonheid in muziek en in afbeeldingen (zeker ook iconen) en met onvoorwaardelijke liefde.
De voorbeelden van liefde voor haar die ik daarvan gezien op bedevaartsplaatsen als Lourdes hebben diepe indruk op me gemaakt. Het volksgeloof in de voorspraak van Maria, zichtbaar in kapellen, bedevaartsplaatsen als Heiloo e.d. kunnen me ontroeren.

Paul van Mansum, Lid PKN’

Maria, wie ben je voor mij?’

Er is mij gevraagd om over bovenstaande titel iets te schrijven. Laat ik beginnen met het feit dat ik niets met een Mariaverering heb. Ik ben opgegroeid in een zeer traditioneel hervormd gezin waar het roomse gebeuren als fout bestempeld werd. Zoiets draag je langer mee dan je zelf wil. In mijn puberteit ontstond echter de houding; “ik zoek het zelf wel uit”. Ogenschijnlijk liep ik in de pas met mijn milieu maar innerlijk zette ik overal vragen bij en besloot mij eigen weg te gaan. Dit heb ik eigenlijk als motto van mijn leven gemaakt. Als mijn omgeving zegt dat iets is zoals het is dan denk ik; “kan het ook anders?”

Zo ben ik buiten mijn eigen geloofstraditie gaan zoeken en kwam in aanraking met Boeddhisme, Hindoeïsme en via die weg met Rooms-katholieke kloosters ook met de Christelijke mystiek. Toen mijn moeder dat hoorde, mijn vader was al overleden, was ze behoorlijk ontstemd. Dat hoort een hervormd mens niet te doen, een klooster. In het begin was het wennen in het klooster maar de toenmalige Abt en ik vonden elkaar in de wederzijdse wijze van meditatie, een synthese tussen Christendom en Boeddhisme. Het gevolg was dat ik enkele keren per jaar Retraites mocht gaan leiden wat ik gedurende 15 jaar gedaan heb. Na zo’n retraite die van vrijdag tot en met zondag duurde, verbleef ik voor mijzelf nog een paar dagen tot soms enkele weken in de Abdij.

Zo bezocht ik vijf, soms zes keer per dag samen met de monniken de kerk van de Abdij. Voor mij werd het hoogtepunt naast de dagelijkse Eucharistieviering, de dagsluiting. De Eucharistie beleefde ik als de verbinding met elkaar en de dagsluiting als het loskomen van alles om daarna nog nadrukkelijker de stilte en soms de confrontatie met jezelf in gaan. Op zich een mooi ritme, verbinden en weer terug naar jezelf. In het koor van de eenvoudige kerk was tegen de achterzijde in de half ronde muur een op een redelijke hoogte, klein eenvoudige Mariabeeld gemaakt. Het was net zo vaalwit als de muur maar sprong er toch ook weer uit. De meeste lichten gingen uit en het Mariabeeldje werd door een klein spotje uitgelicht. Iedereen keerde zich naar het beeldje en wij zongen een Marialied. Het was een vraag om bescherming voor de nacht en voorspraak bij Jezus.

Na en aantal keren gebeurde er iets, ik werd door de tekst geraakt. Ik, een hervormde jongen die door het zingen van een Marialied geraakt werd?  Ineens schoten alle vooroordelen uit mijn jeugd van bidden naar beelden, zoals wij dat toen uitdrukte, door mijn hoofd. Naïef misschien die beelden in mijn hoofd? Ja maar zo werkt het helaas. Ik voelde dat het mij dieper raakte dan ik had kunnen vermoeden.

De weg via Maria werd voor mij de erkenning van het vrouwelijke deel van mijn Godsbeeld. God, man/vrouw/kind een andere vorm van drie-eenheid die mijn Godsbesef meer helderheid gaf. Daar versterkte ook het besef dat het beeld dat een mens van God heeft altijd onvolledig zal zijn en blijven. Dat God niet te vangen is in het beeld van een man of zelfs niet in een godsdienst maar dat in elk mens en in elke godsdienst een deel van God te herkennen is. Ik wist dat altijd al wel maar tussen weten en diep voelen zit een heel groot verschil en dat heeft de confrontatie met Maria op die avonden in de kapel van de abdij met de toepasselijke naam; “Maria Toevlucht” met mij gedaan.

Na de dagsluiting en het zingen van het Maria-lied als laatste, daalde er een stilte over de Abdij. Vaak zocht ik dan mijn kamer op of ging nog even wat lopen terwijl de woorden van het Marialied doorwerkte in hoofd en hart. Ik ben daar nog steeds dankbaar voor. Het beperkende deel van mijn traditionele opvoeding is daar definitief afgelegd, denk ik.

Ruud Kats

Geen Verering maar wel grote Waardering en Bewondering.

Maria is voor mij (Protestant met een Evangelisch-Lutherse achtergrond) een vrouw met een groot geloofsvertrouwen. Ze zal best geschrokken zijn toen de engel Gabriël haar de boodschap bracht. Haar leven stond op zijn kop, maar zij stelde zich dienstbaar op en liet zich leiden. Genade was haar genoeg.

Dat alles leidt bij mij niet tot een verering die uitmondt in aanbidding. Maar er is bij mij wel sprake van grote waardering en ik zie in haar een voorbeeld voor mijn leven van alledag.
Uitverkoren zijn bracht voor haar ook veel verdriet mee en dat vind ik herkenbaar. Maar zij voelde zich gedragen en putte daar kracht uit. Dat zij het altijd op nam voor haar zoon is moedig. Ik bewonder haar vasthoudendheid, ondanks de vele aanvechtingen die haar ten deel vielen.

“Laat met mij gebeuren” en “Uw wil geschiede”, dat is geloven en vertrouwen. Daar amen op zeggen valt niet altijd mee.

Wineke van der Haagen-Koornneef. 

Maria (Islam)

Op 24 oktober 2019 vond er een bijeenkomst plaats over de islam, georganiseerd door de inloophuizen De Wissel en De Weerklank. Inleider was de islamoloog ds. Ton van Erp. Op de bijeenkomst kwam in het gesprek over de inleiding ook de vraag aan de orde wwelke plaats Maria in de islam inneemt. Daarover kan in zeer beknopt bestek  het volgende gezegd worden:

De naam voor Maria is in de Koran Maryam (zie de hebreeuwse vorm van Maria, Mirjam).                   Maryam neemt in de Koran een belangrijke plaats in. Zij is de enige vrouw die in de Koran bij name wordt genoemd. Er zijn 70 verzen aan haar gewijd. Er is één soera naar haar genoemd (soera 19). Daarin vinden we het geboorteverhaal van Jezus.

Maryam krijgt allerlei eretitels zoals ‘een goddeijk teken’, een ‘voorbeeld voor de gelovigen’ en een ‘rechtvaaardige’. Voorts is zij uitverkoren boven de vrouwen van de werelbewoners. 

Net als Jezus staat Maria in de islamitische traditie bekend om haar reinheid en toewijding aan God. Met haar zoon Jezus is zij de enige mens die niet van jongs af aan een tendens tot kwaad heeft gehad. Zj is zondeloos. De reinheid slaat ook op haar lichaam; zij menstrueert niet. Als maagd wordt zij zwanger.

Maryam is in de islam dus een gerespecteerde en vereerde vrouw. In kerken in het Midden-Oosten met iconen van Maria zijn er ook moslims die een kaarsje aansteken. En plekken die met het leven van Maria verbonden zijn, zijn ook bedevaartsplaatsen voor moslims.

Bovenstaaande is gebaseerd op mondeling verstekte informatie en het boek van martha Frederiks, Vorstinnen, verleidsters en vriendinnen van God, Islamitiche veerhalen over vrouwen in Bijbel en Koran, Zoetermeer 2010, pp. 126-140.